mailMailbel(0345) 58 07 70        Specialisten in postmortale zorg & mortuariabeheer

Rob Ramakers (40) is getrouwd met Sandra en heeft 2 kinderen. Hij begon op 23 jarige leeftijd bij CMO als medewerker postmortale zorg. Inmiddels is hij ook werkzaam als obductie-assistent en thanatopracteur bij CMO. 

In 2000 ben ik begonnen bij CMO regio Limburg als medewerker postmortale zorg. Ik was toen 23 jaar oud. Daarvoor was ik twee jaar lang werkzaam bij een uitvaartondernemer bij ons in het dorp als allround medewerker.
In de regio Limburg werken we met een team van 5 medewerkers voor twee ziekenhuizen: het Zuyderland Ziekenhuis in Heerlen en het Laurentius Ziekenhuis in Roermond.
De obductie-assistentie verleen ik in deze maar ook andere Limburgse ziekenhuizen.

In 2008 ben ik samen met nog 24 personen, waaronder 4 CMO-ers, gestart met de allereerste opleiding in Nederland voor Thanatopracteur, de pioniers zeg maar!
De thanatopraxie-behandelingen, in de volksmond ook wel een lichte balseming genoemd, en holtebehandelingen doe ik door heel Nederland.

Het mortuarium van het Laurentius ziekenhuis in Roermond doet ook dienst als politiemortuarium, waardoor we dus ook regelmatig te maken krijgen met een niet natuurlijk overlijden, zoals ongevallen en suïcides. Het restaureren en weer toonbaar maken van verminkte slachtoffers behoort ook tot een van mijn taken.

Voldoening
De meeste voldoening haal ik daaruit als ik zie dat de nabestaanden 100% tevreden zijn over de verzorging en opbaring, als ik hen een waardig afscheid kan gunnen, met hun dierbare in herinnering zoals hij/zij was bij leven, als ik zie dat ze tevreden zijn met het werk dat ik verricht hebt, de dankbaarheid die ik dan kan aflezen uit hun ogen. Een mooier vak bestaat niet, tenminste dat kan ik mij niet voorstellen!

Alleerst door iets te kunnen betekenen voor nabestaanden, niet zozeer op de voorgrond zoals een uitvaartverzorger, maar meer achter de schermen, werken met, en aan de overledene. Ervoor zorgen dat de nabestaanden een zo goed en prettig mogelijk beeld van hun overleden dierbare overhouden, een verzorging en opbaring zo perfect mogelijk uitvoeren, dat is mijn doel.

Ten tweede, bekeken vanuit mijn professie als obductie-assistent, de menselijke anatomie en pathologie is voor mij enorm boeiend. Geen enkele obductie is hetzelfde; geen enkel lichaam is hetzelfde. Iedere keer is het weer een puzzel die je moet oplossen, samen met de patholoog brainstormen over het hoe en waarom, wat er is gebeurd met een lichaam. Dat maakt het voor mij iedere dag weer duidelijk waarom ik dit werk ben gaan doen, de interesse in de geweldig mooie anatomie van de mens.

Eerlijkheid
Ik denk dat de eerlijkheid die ik heb naar nabestaanden toe, er niet eromheen draaien maar eerlijk en open praten over het hoe en waarom, vragen die van hun kant komen eerlijk en duidelijk beantwoorden dat dat erg belangrijk is. Ik heb daar in ieder geval goede ervaringen mee.
Ook heb ik een hekel aan half werk leveren, Als je iets doet, doe het dan goed! Je hebt immers in ons vak maar één keer de kans om het goed te doen, dus ik denk dat ik gerust van mezelf mag stellen dat ik een perfectionist ben.

Hoe mijn omgeving op mijn baan reageert? Mijn partner werkt in het Laurentius ziekenhuis in Roermond in de verpleging, dus voor haar is confrontatie met de dood niet echt wereldvreemd. In de tijd dat we nog geen kinderen hadden, ging ze in het weekend wel eens met me mee om te kijken wat er nu eigenlijk allemaal gebeurt als er een patiënt in het ziekenhuis komt te overlijden. Ook mijn familie en vrienden zijn inmiddels gewend aan het werk dat ik doe.
Dat was in het begin wel anders, want op de dood rust ook heden ten dage, voor de outsiders, helaas nog steeds een taboe.

In de 17 jaar die ik momenteel werkzaam ben bij CMO heb ik dit bedrijf zien groeien tot het topniveau waarop het zich nu bevindt. CMO timmert constant aan de weg door te optimaliseren, moderniseren en innoveren.
CMO is een dienstverlenend bedrijf, bestaande uit stuk voor stuk bevlogen en betrokken collega’s, die allemaal maar één doel voor ogen hebben; hun beroep met hart en ziel uitoefenen.
Ik mag met recht stellen dat ik er trots op ben om voor hun te mogen werken!

Brand
Als medewerker postmortale zorg krijg je heel wat te zien en te verwerken tijdens je carrière, dingen die je raken en daardoor ook nooit meer uit je geheugen gewist worden, ze blijven bij je, je leven lang. Eén van de gebeurtenissen die ik zelf altijd mee zal dragen is er een uit het jaar 2002.

Op 12 juli 2002 gaat bij mij om 04:45 uur in de morgen de telefoon. De meldkamer bericht mij dat er in Roermond een grote brand is waarbij 2 slachtoffers te betreuren zijn. Ik schiet uit mijn bed en bel meteen mijn collega zodat we zo meteen met zijn tweeën aan de slag kunnen. Het kan namelijk erg hectisch zijn bij een inbreng van meer dan 1 slachtoffer tegelijk.
Ondertussen zet ik het lokale nieuws op en zie de eerste beelden van de brand. De telefoon gaat weer, 4 slachtoffers intussen…oh nee, wacht, 5…kinderen…mijn nekharen gaan overeind staan. Ik spring in de auto en bel mijn collega weer om de stand van zaken door te geven.
In Roermond aangekomen is mijn collega al ter plaatse en net bezig de vervoerder te helpen met de eerste lichamen uit de auto te halen. Een onrealistische aanblik, 5 lichaampjes in lakens verpakt in de gang.

Ondertussen stroomt het mortuarium vol met politiemensen, forensische opsporing en forensisch artsen. Langzaamaan krijgen we duidelijkheid van wat er zich die bewuste nacht heeft afgespeeld. Een gezinsdrama, 5 kinderen uit één gezin overleden ten gevolge van een brand, aangestoken door hun eigen vader. De moeder heeft zich weten te redden, één kindje ligt nog in zeer kritieke toestand op de IC van het Laurentius en één kindje was juist die nacht uit logeren bij een vriendinnetje en heeft dit inferno dus overleefd.
Tijdens deze briefing belt de IC om te melden dat nog een kindje (het zesde) is overleden.

Drie jongens en drie meisjes variërend in de leeftijd van 4 tot 12 jaar, slachtoffertjes van een verschrikkelijk gezinsdrama. Vader en moeder in één klap 6 van hun 7 kinderen kwijt, het overgebleven meisje van 9 jaar dat uit logeren was in één klap al haar broertjes en zusjes kwijt. Het is onwerkelijk, een slechte film of boze droom, zo kan ik denk ik het best omschrijven wat er op dat moment door me heen ging.
Veel tijd om hierover na te denken heb je op zo’n moment niet. Je moet professioneel blijven en je werk doen. Mijn collega en ik zijn de hele dag bezig geweest met de assistentie van de FO en schouwarts, om alles zo nauwkeurig mogelijk te omschrijven en op foto vast te leggen.
Zeker in eerste instantie, want welke identiteit hoorde bij welk kind. Later is mede door het NFI, uitsluitsel hierover gekomen.

Vier dagen later hebben mijn collega en ik besloten dat we alles willen doen wat we kunnen. We hebben de uitvaartondernemer die de uitvaart ging verzorgen gevraagd de kleding en de kistjes naar het mortuarium te brengen zodat mijn collega en ik samen ervoor konden zorgen dat we voor ons gevoel deze zaak af konden sluiten.
Samen hebben we de zes kindjes gekleed en in hun witte kistjes gelegd en samen hebben we de kinderen overgedragen aan de uitvaartondernemer.

Praten
Mijn collega en ik hebben dit kunnen verwerken door met elkaar hierover te praten en gelukkig kan ik zelf ook thuis terecht met zulke verhalen, omdat mijn partner door haar werk ook begrijpt wat wij als mortuariummedewerker vaak te verwerken krijgen. Praten is in een dergelijke situatie heel erg belangrijk, wil je er voor zorgen dat je rugzakje niet te vol wordt.
Nu, 15 jaar later krijg ik toch nog steeds tranen in mijn ogen als ik terug denk aan die vreselijke dag. Ik hoop dan ook van ganser harte dat ik iets dergelijks nooit meer mee hoef te maken.