skip to Main Content
mailMail bel(0345) 58 07 70        Specialisten in postmortale zorg & mortuariabeheer

MoedersCollega Joke Bethlehem werkt als medewerker postmortale zorg bij ons team in Noord-Holland. Tot haar taken behoort ook het begeleiden van rouwbezoeken. Onlangs begeleidde ze een bezoek dat diepe indruk op haar maakte.

Afscheid
Bij ons in het mortuarium ligt een buitenlandse jonge man, die na een ongeval is ingebracht. Ik ben zelf niet bij de opvang van en de zorg voor deze meneer aanwezig geweest maar ik weet van mijn collega’s dat er goed afscheid gekomen kan worden. Dat vind ik zo belangrijk, dat er nog afscheid genomen kan worden. Deze meneer heeft wel wondjes en schrammen, maar de gebroken arm en de wond op het achterhoofd zijn niet zichtbaar.

Broer
Als ik een afspraak moet maken voor de begeleiding van een rouwbezoek, vind ik het prettig om te weten wie er komt, zodat ik me een beetje kan voorbereiden.
Ik begrijp dat de broer van meneer naar het mortuarium zal komen. Ik heb meneer op de brancard gelegd in de zgn. ‘warme’ ruimte, de kamer die vooral dient voor afscheid, confrontaties en verzorgingen samen met families. De andere ruimte is onze werkruimte, daar is het klinisch en wit, met veel licht zodat we ons werk goed kunnen uitvoeren.

Moeder
De auto van de broer rijdt voor bij het mortuarium. Meteen zie ik al dat hij niet alleen is. Twee tengere vrouwen stappen uit. Dat is even schakelen voor me. De broer heeft zijn vriendin én zijn moeder meegebracht.
Ik leg uit waar ze het rouwbezoek plaatsvindt en wat ze ongeveer kunnen verwachten. Daarna trek ik me iets terug en laat hen bij hun zoon en broer.

Moeilijk
Ik overdenk hoe moeilijk het moet zijn om afscheid te nemen van iemand je hebt gebaard, die je je hele leven hebt gekend, waarmee je hebt gestoeid. Hij ging naar Nederland om een beter leven op te bouwen. Maar nu staan ze hier om afscheid te nemen, voor altijd.

Ik zie de moeder, gebroken, klein, tenger. Het lijkt alsof ze het liefst van al hem het leven zou hebben ingeblazen.  Ze bidt in hun eigen taal, houdt zijn grote hand in haar kleine moederhanden. Tranen vloeien, voor mij vreemde woorden rollen over haar lippen. Haar ogen zoeken die van haar nog levende zoon.

Er komen vragen waarop ik geen antwoord weet. Gelukkig kan ik de betrokken agenten bellen en  zij kunnen meer vertellen.

Kleding
De familie heeft kleding voor hem meegenomen,voor morgen, als hij gekist wordt. Ach, denk ik, dan zijn alle tattoos ook niet meer zichtbaar.

Moeder kijkt me aan en ik voel mee. Dit zal de laatste keer zijn dat ze hem ziet. Morgen wordt hij gekleed en gekist, maar daar zal ze niet bij zijn. Morgen gaat hij naar het crematorium, maar zij zal er niet bij zijn. Wordt hij gecremeerd, zonder dat zij er bij zal zijn. Het is door omstandigheden een uitvaart van gemeentewege geworden. Na één maand mag zij zijn as ophalen.

Niet van staal
Ik ben overledenverzorgster, ik ben moeder, ik ben niet van staal…

Moeder moet even zitten en terwijl haar zoons nog even bij elkaar blijven, ga ik naast haar zitten. Ik streel vol begrip haar arm en dan legt ze haar hoofd op mijn schouder. Tranen rollen en haar zakdoek gaat heen en weer van haar jaszak naar haar ogen.

Loslaten
Het is zover, het moment om hem los te laten. Omdat we elkaar niet verstaan, maak ik een draaiende beweging met mijn hand over mijn hart, om te laten merken dat ik ook voel hoe erg dat moet zijn. Ze begrijpt me en ze omhelst me. De broer gaat toch weer terug, hij kan nog niet weg…
Het is hartverscheurend als de moeder mij loslaat en een berustende uitdrukking op haar gezicht krijgt. Ik strijk nog eens over mijn hart.
Ik verzeker me er van dat de broer wel kan terugrijden. Ik moet er niet aan denken dat hen iets overkomt. Maar het zou goed komen, verzekerden ze me.

Er is geen weg terug. Het is zo hard, maar onomkeerbaar.