skip to Main Content
mailMail bel(0345) 58 07 70        Specialisten in postmortale zorg & mortuariabeheer

Bron: Vakblad Uitvaart | juni 2019 | vakbladuitvaart.com

Elk jaar is 1 juni de Dag van het laatste afscheid. Een dag waarop aandacht wordt gevraagd voor het werk van Rob Ramakers en zijn collega’s. Rob is medewerken postmortale zorg, thanatopracteur en obductie-assistent bij Cura Mortu Orum Mortuariumbeheer b.v. (CMO).

De dag van:
Rob Ramakers

“Een doorsnee werkdag begint om zeven uur met de overdracht door de nachtdienst. Hier in Limburg werkt CMO in drie ziekenhuizen. Ik verzorg daar de overledenen, waarna ze in de koeling wachten op de uitvaartondernemer. Elke overledene is anders. Een oude dame met een kort ziekbed vraagt een andere verzorging dan iemand die overlijdt na een maandenlang ziekbed met veel medicijnen. Het mortuarium van het ziekenhuis is Roermond doet tevens dienst als politiemortuarium. Daar komen onder meer slachtoffers van ongevallen en suïcide binnen. Behalve de laatste verzorging doe ik ook thanatopraxie en ben ik obductie-assistent. Dat laatste vind ik supermooi werk, die puzzel in de anatomie. Voor een patholoog komt, haal ik de organen uit het lichaam en samen zoeken we daarna naar de doodsoorzaak. Soms is die vrij snel duidelijk, andere keren is het resultaat teleurstellend. Maar dan hoor ik vaak later wel van de patholoog welke doodsoorzaak hij tijdens microscopisch onderzoek heeft gevonden. Nadat ik twee jaar bij een uitvaartonderneming had gewerkt, heb ik twintig jaar geleden heel bewust gekozen voor het werken achter de schermen. Ik werk met een overledene zoals ik wil dat ikzelf of mijn naasten worden behandeld, respectvol. Ik praat wel met ‘mijn’ overledenen. “Wat hebt u vieze nagels, die ga ik even schoonmaken, zeg ik dan. Dat gebeurt automatisch.”

Kinderen

“Over het algemeen werk ik alleen, maar gedurende de dag heb ik tussendoor vaak contact met nabestaanden, verplegers en uitvaartondernemers. Ik neem mijn werk niet mee naar huis, al zijn er dingen die ik nooit meer kwijtraak. In 2002 zijn bij een grote woningbrand in Roermond zeg kinderen om het leven gekomen. Samen met een collega ben ik van vijf uur ’s morgens tot acht uur ’s avonds met de kinderen bezig geweest. Tien jaar later werd er een documentaire uitgezonden over die brand. Toen heb ik wel een traantje gelaten. Wat me trouwens bij zo’n uitzending stoort, is dat er – terecht – uitgebreid aandacht is voor de hulpverleners, maar niet voor de verzorgers van de overledenen. Toch is postmortale zorg een net zo belangrijk aspect als de zorg door hulpverleners.”