skip to Main Content

FAQ

Veel gestelde vragen

FAQ

Veel gestelde vragen beantwoord.

Mocht u toch nog een vraag hebben die hier niet bij staat, stuur deze dan naar info.cmo@zdg.nl en wij zullen uw vraag zo spoedig mogelijk beantwoorden.

Na het overlijden wordt het lichaam naar het mortuarium van het ziekenhuis gebracht. Het verplegend personeel of de mortuariumbeheerder verwijdert de eventuele medische hulpmiddelen (zoals infusen, katheters, stoma etc.) en verzorgt de eventuele wonden. Deze ‘noodzakelijke handelingen’ vergoedt de zorginstelling. Verpleeghuizen en woonzorgcentra hebben meestal geen mortuarium. De overledene blijft op zijn kamer en de familie besluit waar hij naartoe zal worden gebracht. De verzorgende verricht de noodzakelijk handelingen (zoals hierboven omschreven) en de daaraan verbonden kosten komen voor rekening van de zorginstelling. Daarnaast wordt gecontroleerd in het donorregister of de overledene organen of weefsels wilde doneren. Als dat het geval is worden nabestaanden om toestemming gevraagd. Dat geldt ook in het geval van obductie. De kosten die hiervoor worden gemaakt komen voor rekening van de zorginstelling. Nabestaanden kunnen de mortuariumbeheerder of de verzorgende vragen om de overledene te wassen, te kleden, op te baren of rouwbezoek mogelijk te maken. Deze verrichtingen worden wenselijke zorg genoemd. Zij komen voor rekening van de nabestaanden. De medewerkers van de zorginstelling overhandigen de eventuele persoonlijke bezittingen aan de nabestaanden of aan hun uitvaartverzorger. Zij informeren nabestaanden over de verdere gang van zaken. Nabestaanden zijn altijd vrij in hun keuze voor een uitvaartverzorger; de mortuariumbeheerder en medewerkers van de zorginstelling mogen hierover niet adviseren! Indien het mortuarium wordt beheerd door een uitvaartondernemer mag deze niet actief acquireren voor de opdracht voor het verzorgen van de uitvaart. scription
Noodzakelijke handelingen die de zorginstelling meteen na overlijden moet (laten) uitvoeren zijn vastgesteld door de Nederlandse Zorgautoriteit (NZA). Zij omvatten:
  • De schouw;
  • Invullen Verklaring van Overlijden (juridisch) en B-formulier (ten behoeve van het CBS);
  • Een laatste gesprek door de behandelend arts met de nabestaanden waarin toestemming wordt gevraagd voor donatie en/of obductie;
  • Raadplegen donorregister en invullen donatieformulier (ook indien geen donatie);
  • Het gereed maken van de overledene door de verpleging zodat er door de nabestaanden op een respectvolle manier afscheid genomen kan worden / voor een laatste bezoek op de afdeling door de nabestaanden. Dit houdt in, het voorlopig sluiten van de ogen en de mond, het verwijderen van bloed en braaksel, het inbrengen van de gebitsprothese, katheterzak verwijderen en het loskoppelen van apparatuur;
  • Nabestaanden informeren over de gang van zaken. Indien gewenst kunnen de nabestaanden aanwezig zijn of helpen met de laatste verzorging van de overledene;
  • Nabestaanden op de afdeling de gelegenheid geven afscheid te nemen;
  • Persoonlijke bezittingen overdragen aan de nabestaanden;
  • Identificatiemateriaal op het lichaam van de overledene aanbrengen (b.v. patiëntensticker, polsbandje);
  • Overledene gereed maken voor verder transport;
  • Overledene overbrengen naar daarvoor bestemde ruimte (mortuarium);
  • Infuuslijnen verwijderen;
  • Katheter en stoma verwijderen;
  • Openingen en incisies sluiten;
  • Bij donatie:
    • z.s.m. koelen
    • Identificatie lichaam voor donatie
    • Uitname weefsels en organen
    • Afplakken donatiewonden
    • Minimaliseren donatiesporen
  • Bij obductie:
    • z.s.m. koelen
    • Identificatie lichaam voor obductie
    • Uitvoeren obductie volgens aanvraag
    • Afplakken obductiewonden
    • Minimaliseren obductiesporen
  • Vrijgeven lichaam
 
Bij een langer verblijf in het mortuarium door obductie (op verzoek van de arts) of donatie van organen of weefsels worden de kosten van de langere verblijfstijd van het lichaam in de koeling/het mortuarium in rekening gebracht bij de zorginstelling.
Wenselijke zorg wordt verleend in opdracht van nabestaanden en is ook voor hun rekening. Wenselijke zorg omvat onder meer de volgende handelingen: Het gebruiken van de mortuariumfaciliteiten door de rouwvervoerder, de uitvaartondernemer en/of de familie voor de zorg aan de overledene. Het wassen van de overledene; Haarverzorging evt. uitgebreid met specifieke wensen als knippen, krullen, watergolven, verven of verplaatsen; Scheren; Verzorging handen en nagels; Lichte balseming (thanatopraxie) Kleden; Het verwijderen van een geïmplanteerd medisch hulpmiddel zoals een pacemaker, ICD of medicijnpomp; Opbaren en faciliteren rouwbezoek; Faciliteren rituele wassing, etc. Wie verzorgt de overledene?
Nabestaanden bepalen wie de zorg verleent aan de overledene. Zij kunnen die zorg zelf verlenen of laten uitvoeren door medewerkers van het verpleeghuis of het mortuarium of door de uitvaartverzorger die zij hebben gekozen.
Uit onderzoek over omgaan met verlies na een overlijden blijkt dat een heel belangrijke eerste fase bij het rouwen is om te beseffen dat de dierbare werkelijk overleden is. Daarom helpt het – zeker bij een onverwacht overlijden – om de overledene nog te zien. Dit geldt ook als er maar een (klein) gedeelte van de overledene herkenbaar is. Maar ook na een lang ziekbed kan het goed voor de rouwverwerking zijn om de overledene nog één keer (samen) te wassen en kleden. De uitvaartverzorger of mortuariumbeheerder heeft een belangrijke taak om de nabestaanden hierin te begeleiden en te ondersteunen in het verdriet. Voor meer informatie: Landelijk Steunpunt Verlies.
Uit hygiënische redenen én ter conservering van het lichaam dient het lichaam namelijk drie uur na het tijdstip van overlijden gekoeld te worden. Om die reden hoeft de mortuariumbeheerder geen expliciete opdracht te hebben van de nabestaanden. Deze 3 uurs termijn is vastgesteld een wetenschappelijke commissie van specialisten en materiedeskundigen. Als nabestaanden opdracht geven om het lichaam van de overledene op te halen bij het mortuarium binnen drie uur na overlijden, dan worden geen kosten in rekening gebracht. Doen zij dat niet, dan komen de kosten voor het vereiste koelen vanaf drie uur na overlijden en het verblijf in het mortuarium voor hun rekening. Als nabestaanden de mortuariumbeheerder opdracht geven tot wenselijke zorg, dan komt deze altijd voor hun rekening.
Om hygiënische redenen én ter conservering van het lichaam dient het lichaam uiterlijk drie uur na het tijdstip van overlijden gekoeld te worden. Deze 3-uurstermijn is vastgesteld door een wetenschappelijke commissie van specialisten en materiedeskundigen. De mortuariumbeheerder start dus met koelen drie uur na overlijden, ook als hij daartoe geen opdracht heeft ontvangen van de nabestaande. De kosten die hieraan verbonden zijn inclusief de verblijfskosten in het mortuarium komen voor rekening van de nabestaande.
Het lichaam van een overledene moet vanwege hygiënische redenen én ter conservering van het lichaam gekoeld worden vanaf drie uur na tijdstip overlijden. Deze 3 uurs termijn is vastgesteld door pathologen en materiedeskundigen van orgaandonatie. Deze koelingskosten komen voor rekening van de nabestaanden zonder dat daarvoor een specifieke opdracht is gegeven door nabestaanden. In de meeste gevallen worden deze kosten verrekend via de uitvaartverzorger die nabestaanden gekozen hebben.
De zorginstelling geeft de mortuariumbeheerder opdracht de noodzakelijke handelingen uit te voeren. De hieraan verbonden kosten komen voor rekening van de zorginstelling. Na het verblijf van meer dan drie uur na overlijden in het mortuarium, wordt het koelen van het lichaam noodzakelijk (om hygiënische redenen én ter conservering van het lichaam) en de kosten daarvan komen voor rekening van de nabestaanden zonder dat daarvoor een opdracht van de nabestaanden nodig is. Vervolgens bepalen de nabestaanden wie de overledene verder verzorgt. Deze wenselijke zorg kan worden verricht door de uitvaartverzorger, de mortuariumbeheerder of de verzorgende in wooncentrum of verpleeghuis. De nabestaanden geven hiervoor expliciet opdracht.
Nabestaanden bepalen wie de zorg na overlijden verleent en zijn altijd vrij zijn in hun keuze voor een uitvaartondernemer. Mortuariumbeheerder en medewerkers van een zorginstelling mogen een lijst met uitvaartondernemingen in de regio overhandigen, maar zij mogen hierover niet adviseren. Indien het mortuarium wordt beheerd door een uitvaartondernemer mag deze niet vragen om de opdracht voor het verzorgen van de uitvaart.
De politie geeft opdracht om het lichaam naar een forensisch mortuarium te brengen. Daar wordt onderzocht wat de doodsoorzaak is. In het geval van een misdrijf of ongeluk spreken we over een niet-natuurlijke dood. De officier van justitie moet eerst een zogenaamde verklaring van geen bezwaar afgeven, voor het lichaam verzorgd mag worden en de nabestaanden de overledene kunnen bezoeken. De mortuariumbeheerder factureert de kosten – gemaakt tot aan het moment van vrijgeven van het stoffelijke overschot – aan de politie of gemeente. Kosten die na afgifte van de verklaring van geen bezwaar door de Officier van Justitie gemaakt worden, komen voor rekening van de nabestaanden. Bij vervoer naar het Nederlands Forensisch Instituut worden de kosten voor het retourtransport vergoed door de politie. Zodra het lichaam is vrijgegeven, geldt de gebruikelijke procedure. Bij een thuisopbaring kan het lichaam van de overledene meteen naar huis worden overgebracht en daar worden verzorgd. De nabestaande kan ook kiezen voor verzorging, opbaren in een uitvaartcentrum van zijn keuze.
Een arts (lijkschouwer) onderzoekt de doodsoorzaak. Gaat het om een natuurlijk overlijden dan mogen nabestaanden direct bij de overledene en deze in overleg met de mortuariumbeheerder en of uitvaartverzorger laten verzorgen, overbrengen (bijvoorbeeld naar huis of een rouwcentrum) en opbaren. De kosten van de overbrenging naar het mortuarium en het verblijf daar zijn voor rekening van de nabestaanden. Gaat het om een niet-natuurlijk overlijden dan mag er pas gehandeld worden nadat de verklaring van geen bezwaar is afgegeven door de Officier van Justitie. De mortuariumbeheerder factureert de kosten aan de politie: hij treedt als zaakwaarnemer op. Zodra het lichaam is vrijgegeven, is de nabestaande verantwoordelijk voor het stoffelijk overschot en geldt de procedure zoals hierboven omschreven. Indien een stoffelijk overschot naar het Nederlands Forensisch Instituut wordt overgebracht dan komen de transportkosten, vice versa, voor rekening van de politie. Zie voor meer informatie het overzicht kostenverdeling op de website van VNG.
Het virus overleeft maar kort buiten het lichaam, van enkele uren tot een dag. De overdracht van het virus gaat via druppels die ontstaan door hoesten en niezen. Dit vormt dus geen risico meer na overlijden. Met het dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen en het uitvoeren van handhygiëne zijn de risico’s op besmetting tot een minimum te beperken.
Het is belangrijk om handhygiëne uit te voeren na elk contact met de overledene. Na het verwijderen van persoonlijke beschermingsmiddelen en na verplaatsing en vervoer van de overledene. Zie: handhygiëne voor het goed uitvoeren daarvan.
Draag tijdens de verzorging een schort met lange mouwen en handschoenen. Het dragen van een veiligheidsbril en mondneusmasker is niet nodig. Trek eerst het schort aan en dan de handschoenen, over de manchetten van de mouwen. Bij het uitrekken is de volgorde andersom: eerst de handschoenen uitdoen, daarna handhygiëne toepassen, dan het schort uittrekken en vervolgens weer handhygiëne toepassen.
De overledene kan op de normale manier opgehaald en vervoerd worden. Dit zal meestal vanuit het ziekenhuis of een zorginstelling zijn. Bij direct contact met de overledene moet een schort met lange mouwen en handschoenen te worden dragen, gevolgd door handhygiëne. Volg de lokale aanwijzingen van het ziekenhuis of de zorginstelling op.
Ja, dat mag, als hierbij de hygiënemaatregelen genomen worden die voor de uitvaartbranche gelden.
Nee, de overledene mag zowel thuis als in het uitvaartcentrum opgebaard worden. De kist mag zowel open als dicht.
Deze vorm van opbaring ziet men veelvuldig in thuissituatie en in zorginstellingen voor langdurige zorg zoals verpleeghuizen. Er is geen bezwaar tegen.
Nadat de overledene verzorgd is, zijn er geen beperkingen aan het contact van de nabestaanden met de overledene. Net als anders, wordt goede handhygiëne daarna geadviseerd.
Momenteel is het advies van kracht om geen handen te schudden. Er zijn verder geen beperkingen aan het contact met de nabestaanden, tenzij zij ook klachten hebben, zoals luchtwegklachten met of zonder koorts en/of benauwdheid, die kunnen passen bij het nieuwe coronavirus. Dan kunnen zij in principe niet bij de uitvaart zijn. Mogelijk kunnen eerstegraads nabestaanden hierop een uitzondering vormen. Als hun gezondheidstoestand het toelaat en zij weinig klachten hebben (geen koorts en niet hoesten), kunnen zij met een chirurgisch mondneusmasker aanwezig zijn. Gelukkig zijn er moderne communicatiemiddelen die het mogelijk maken om de uitvaart of afscheidsdienst (via een audio- of videoverbinding) live mee te maken.
Als de nabestaanden klachten hebben, zoals luchtwegklachten met of zonder koorts en/of benauwdheid, die kunnen passen bij het coronavirus, dan is een fysiek bezoek onwenselijk. Voer het regelgesprek dan via de telefoon of andere moderne communicatiemogelijkheden (skype ed).
Door CMO is een informatiebrochure uitgebracht speciaal voor nabestaanden die te maken krijgen met een niet natuurlijk overlijden. U kunt hier klikken om deze brochure te downloaden.
Informatie over het ter beschikking stellen van het lichaam aan de wetenschap is te vinden op de volgende websites: Lichaamsdonatie.info Rijksoverheid
Op YouTube is veel informatie in de vorm van beeldmateriaal voorhanden, zo ook over het vochtdicht hechten van wonden. Deze hechtingen worden ook gebruikt bij de zorg aan overleden personen. U treft onderstaand een link aan een van deze (Engelstalige) filmpjes. Uiteraard is er nog meer aan beeldmateriaal voorhanden op YouTube. De video bekijken Video over het verwijderen van mesjes met behulp van een container
Het NRC heeft in 2017 een stuk gepubliceerd over DNA na overlijden. Dit stuk kunt u hier lezen.
Door de Nederlandse Transplantatie Stichting (NTS) is speciaal voor nabestaanden een folder uitgegeven over weefseldonatie. U kunt hier op klikken om deze folder te downloaden.
Door de Nederlandse Transplantatie Stichting (NTS) is speciaal voor nabestaanden een folder uitgegeven over orgaandonatie. U kunt hier op klikken om deze folder te downloaden.
De overledene die door u wordt opgehaald, heeft een procedure voor weefsel-en/of orgaanuitname ondergaan.In veel gevallen zal deze procedure niet voor complicaties zorgen bij de opbaring. Er kunnen echter wel veranderingen optreden die bij opbaring als storend kunnen worden ervaren. Download de hulpfolder bij complicaties na donatie.

Meld u aan voor onze nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van ons werk en meld u aan voor onze nieuwsbrief.
Uw gegevens zijn veilig! Uw emailadres en andere gegevens zullen niet worden gepubliceerd of gedeeld met anderen.